Warmte en koudenet

Warmte- & koudenetten

Warmte- & koudenetten distribueren lokaal opgewekte warmte en koude naar woningen, kantoren en bedrijven.

Meer over warmte- & koudenetten

Wat is een warmte- & koudenet?

Warmte- & koudenetten distribueren lokaal opgewekte warmte en koude naar woningen, kantoren en bedrijven. Ze gebruiken duurzame bronnen zoals kunstgrasthermie en asfaltthermie maar ook andere restwarmtebronnen. Warmte- en koudenetten kunnen energie bufferen. Dit maakt ze efficiënter dan individuele verwarmingssystemen.

Waarom ze werken?

Warmte- & koudenetten zijn schaalbaar. Dit maakt ze geschikt voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Ze zijn betrouwbaar, woningen en gebouwen krijgen constante warmte en koude.

Soorten warmtenetten

Er zijn meerdere soorten warmtenetten. Denk hierbij aan zeer laag temperatuur, laag temperatuur en midden temperatuur warmtenet. 

Het verschil tussen ZLT/LT- en MT-warmtenetten is dat met een MT-warmtenet direct warm tapwater bereid kan worden. Tapwater moet een minimale temperatuur van 55°C hebben op het tappunt. De aanvoertemperatuur moet dan wat hoger liggen dan 55°C vanwege verliezen over de warmtewisselaar en in de leidingen.

Soort warmtenetTemperatuur RuimteverwarmingTapwater
MiddenTemperatuur (MT)70 °COok toepasbaar in matig geïsoleerde woningen.Regulier
LaagTemperatuur (LT)40-50 °CToepasbaar in goed geïsoleerde woningen (label A tot D) en met laagtemperatuur radiatoren of vloerverwarming.Aanvullende voorzieningen nodig zoals een boosterwarmtepomp
ZeerLaagTemperatuur (ZLT)10-25 °CMet individuele warmtepomp voor verwarming. Ook geschikt voor koeling.Aanvullende voorziening nodig zoals een boostwarmtepomp

ZeerLaagTemperatuur warmtenet (ZLT)

Zeerlaagtemperatuur warmte- en koudenetten (10-25°C) zorgen voor verwarming én koeling door zoveel mogelijk lokaal de warmte- en koudevraag uit te wisselen tussen aangesloten gebouwen. Of door warmte en koude tijdelijk op te slaan in buffers. Er zijn ook al netten die slim kunnen uitwisselen. Dit betekent dat het net de warmte direct gebruikt die bij de koeling vrijkomt. Deze netten heten ZLT-uitwisselingsnetten of 5e generatie warmte- en koudenetten. Die kunnen het gebruik van warmte efficiënter maken. ZLT-netten en ZLT-uitwisselingsnetten zijn mogelijk in veel gemeenten in Nederland.

ZLT-netten combineren het uitwisselen van warmte en koude vrijwel altijd met een vorm van warmte- of koudeopslag. De netten werken met lokale warmtebronnen op laagtemperatuur of zeerlaagtemperatuur. Bijvoorbeeld restwarmte, zonnethermie (kunstgras of asfalt), aquathermie en bodemenergie.

LaagTemperatuur warmtenet (LT)

Bij een warmtenet met een laagtemperatuurbron (40-50 °C) is de aanvoertemperatuur voldoende hoog om goed-geïsoleerde gebouwen te verwarmen, maar te laag om deze te voorzien van warm tapwater. De watertemperatuur moet daarom collectief of individueel worden verhoogd in het gebouw zelf. Bij een laagtemperatuur-warmtenet wordt de temperatuurverhoging op een kleinere schaal uitgevoerd, in of nabij het gebouw.

Hoe en wanneer je een LT-warmtenet het best kunt inzetten, hangt af van de lokale situatie. Collectief opwaarderen met een warmtepomp naar middentemperatuur (circa 70°C) kost veel elektriciteit, maar aanpassingen in de woningen blijven dan tot een minimum beperkt. Als de aanvoertemperatuur vanuit het warmtenet hoog genoeg is voor ruimteverwarming (circa 50°C) is per woning of gebouw alleen een boosterwarmtepomp nodig voor de warmtapwatervoorziening. In dat geval is het elektriciteitsverbruik lager. 

Er zijn dan meer aanpassingen nodig in de woningen en gebouwen, zoals het geschikt maken van de radiatoren. Bij een zeer lage aanvoertemperatuur in het warmtenet (10 tot 25°C) is er sprake van een zeerlaagtemperatuur-warmtenet. Er is dan in iedere woning of gebouw een warmtepomp nodig om de ruimten te verwarmen en voor de warmtapwatervoorziening. De warmteverliezen in het warmtenet zijn dan wel lager dan bij een aanvoertemperatuur van 50°C of 70°C.

MiddenTemperatuur warmtenet (MT)

Een middentemperatuur-warmtenet (70°C) kan ook warm tapwater leveren. Gebouwen die zijn aangesloten op een MT-warmtenet hebben geen gasaansluiting meer nodig. Een MT-warmtenet levert warmte met een temperatuur van circa 70°C aan de gebouwen. 

Om bestaande woningen op een warmtenet aan te sluiten, moet je een aantal aanpassingen in de woning doen. Zo staat de cv-ketel nu meestal op zolder, maar komt het warmtenet binnen op de begane grond. Ook moet in de woning ruimte zijn voor plaatsing van een afleverset. Zoals de naam al aangeeft, levert deze installatie de warmte(ruimte en tapwater) vanuit het warmtenet af aan de woning.

Aansluiting warmte- & koudenet

Ons systeem is mogelijk met zowel een zeer laag temperatuur, laag temperatuur als een midden temperatuur warmtenet. Per situatie wordt specifiek bekeken wat de beste optie is.  

Warmte-& koudenet in jouw gemeente? Neem contact met ons op! Wij bespreken jouw situatie en bekijken welk type net geschikt is. 

Contact